Classic FM
Playlist
Je hoort nu: Track
Componist: Componist
meer informatie

Luister ook naar de themastations van Classic FM

Te Deum tot Twaalftoonsmuziek

Te Deum

Een Latijnse hymne (lofzang) uit de 4e of 5e eeuw, die vele malen gecomponeerd is. De beginwoorden zijn Te Deum laudamus (U God, loven wij), en de composities variëren van Gregoriaanse zettingen en onbegeleid koor (Palestrina) tot grootscheepse werken voor solisten, koor en orkest; Bruckners Te Deum daarvan als beroemdste voorbeeld.

Tempo

De snelheid waarmee muziek uitgevoerd moet worden. Dat is een nogal relatief begrip (hoe snel is snel?) en er bestaat dan ook een groot aantal (Italiaanse) termen om de verschillende snelheden aan te duiden. Van zeer langzaam tot zeer snel zijn de meest voorkomende:

  • Zeer langzaam:
    • lento (slepend)
    • grave (ernstig, zwaar)
    • largo (breed, ernstig)
  • Langzaam: adagio (langzaam)
  • Gematigd:
    • moderato (matig
    • andante (gaande; in wandeltempo)
    • andantino (iets vlugger, losser dan andante)
  • Matig snel: allegretto (tamelijk levendig)
  • Snel: allegro (levendig, vrolijk)
  • Zeer snel:
    • presto (zeer snel)
    • prestissimo (zo snel mogelijk)

Een mechanisch hulpmiddel om een tempo aan te geven is de metronoom, begin 19e eeuw ontwikkeld door de Duitser Maelzel, die een wisselend aantal tikken per minuut kan laten horen. De componist kan daarmee aangeven hoe lang bijvoorbeeld de kwartnoot in het betreffende stuk moet duren.

Tenor

Hoogste mannenstem (zie Stemsoorten). Ook het op een na laagst klinkende instrument van een instrumentenfamilie, zoals tenorfluit en -tuba.

Terzet

Compositie voor drie vocale partijen, met of zonder begeleiding. (Een stuk voor drie instrumenten heet trio). Beroemde operaterzetten zijn onder andere het windterzet 'Soave sia il vento' uit Mozarts Così fan tutte, het kaartterzet 'Melons! Coupons!' uit Bizets Carmen en het terzet 'Hab's mir gelobt' uit Der Rosenkavalier van Richard Strauss.

Toccata

Letterlijk: speelstuk (van 'toccare' is aanraken of bespelen, waarmee specifiek toetsinstrumenten werden bedoeld). In de barok is toccata een virtuoos speelstuk met fugatische episodes voor orgel of klavecimbel.

Tombeau

Letterlijk: grafmonument (Frans). Een instrumentaal stuk, dat een eerbetoon is aan een overleden persoon, vaak een componist. Naast de vele Tombeaus uit de barok schreef bijvoorbeeld Ravel een Tombeau de Couperin, een suite voor piano of orkest. Van hetzelfde karakter is de Hommage: Debussy's Hommage à Rameau (piano) en Falla's Homenaje aan Debussy (gitaar) als voorbeelden.

Toon

Geordend geluid, dat wil zeggen elk geluid dat een regelmatig aantal trillingen per seconde bezit. Hoe groter het aantal trillingen is, hoe hoger de toon klinkt; hoe kleiner het aantal trillingen is, hoe lager de toon. Is het aantal trillingen per seconde onregelmatig, dan horen we geen toon, maar een geluid waarvan de hoogte niet vast ligt, bv geruis, gesis, etc.

In onze westerse muziek gebruiken we twaalf tonen: zeven stamtonen en vijf afleidingen (verhogingen of verlagingen) daarvan. De namen van die stamtonen zijn: C (do), D (re), E (mi), F (fa), G (sol), A (la), B (si). Deze kunnen allemaal een halve toon worden verhoogd: Cis, Dis, Eis, Fis, Gis, Ais, Bis of een halve toon verlaagd: Ces, Des, Es, Fes, Ges, As, Bes. In het notenschrift wordt een verhoging aangegeven door een kruis, een verlaging door een mol. Dat levert bij elkaar 21 tonen op, maar in de praktijk worden er 12 van gebruikt: C - Cis of Des - D - Dis of Es - E - F - Fis of Ges - G - Gis - of As - A - Ais of Bes - B. Deze serie van twaalf halve tonen na elkaar heet de chromatische toonladder.

Toonsoort

Elk van de bij 'Toon' genoemde 21 tonen (in de praktijk dus 12) kan het uitgangspunt zijn voor een familie van bij elkaar horende tonen. Zo'n familie heet 'toonsoort' en levert het voornaamste tonenmateriaal voor een 'tonale' compositie.

In elke toonsoort zijn een paar tonen belangrijker dan de andere, bijvoorbeeld de eerste (de grondtoon of tonica, die de toonsoort aangeeft); de derde (de terts, die groot of klein is en daarmee het majeur- of mineurkarakater bepaalt); en de vijfde, die de dominant wordt genoemd.

De toonsoorten heten naar de grondtoon van de reeks: c, of fis, of as, etc. Bovendien zijn ze 'groot' (majeur) of 'klein' (mineur). Zo hebben we dan 12 grote terts of majeur- en 12 kleine terts of mineurtoonsoorten. Bij elkaar 24, waarvan er in de praktijk dus een aantal onder een dubbele naam voorkomt, zoals cis en des etc.

Trio

Compositie voor drie instrumentale partijen. (Een stuk voor drie vocale partijen heet terzet; zie 'terzet'). Ook: de drie uitvoerenden zelf. Ook: het middendeel van een scherzo en van sommige dansen, zoals het menuet.

Het trio als compositie in de kamermuziek komt voor als strijktrio (meestal voor viool, altviool en cello, soms voor twee violen en cello) en vooral als pianotrio (piano, viool en cello).

Triosonate

Zowel een sonatevorm uit de barok (zie Sonate) als een driestemmig orgelwerk voor twee manualen (handklavieren) en pedaal (voetklavier). De beroemdste voorbeelden van dit laatste genre zijn Bachs 6 Triosonates.

Tripelconcert

Concert voor drie solo-instrumenten en orkest (zie Concert).

Twaalftoonsmuziek

Muziek die wordt gecomponeerd vanuit het principe dat alle twaalf tonen even belangrijk zijn. Dit in tegenstelling tot de 'tonale' muziek (zie Toon en Toonsoort), waarin bepaalde tonen domineren en die daardoor een toonsoort bezit en in majeur of mineur staat.

De twaalftoonsmuziek heeft deze kenmerken niet, en is dus altijd 'atonaal'. De ordening wordt erin gebracht door voor iedere compositie een 'reeks' te maken van de twaalf tonen (soms minder), in een volgorde die door de componist wordt vastgesteld, en waarbij iedere toon één keer aan de beurt moet zijn geweest voordat de reeks opnieuw gebruikt mag worden.

Twaalftoonsmuziek wordt ook dodecafonie genoemd (van het Griekse dodeka = twaalf). Ook 'reeksentechniek' en 'seriële muziek' worden als naam gebruikt, maar hebben betrekking op de latere ontwikkeling van de twaalftoonsmuziek, toen naast de toonreeksen ook series van ritmen, instrumenten, etc. als uitgangspunt voor een compositie werden vastgesteld.

De 'uitvinder' van de twaalftoonsmuziek is Arnold Schönberg, die dit systeem vanaf 1921 ontwikkelde, na vanaf 1909 atonale muziek te hebben geschreven. Zijn belangrijkste leerlingen waren Alban Berg en Anton Webern. Met zijn drieën worden ze de 'tweede Weense school' genoemd (de eerste was die van de Weense klassieken Haydn, Mozart en de jonge Beethoven) en hun invloed op het componeren in onze eeuw is van enorm belang geweest. 

Om dit element te tonen dien je cookies te accepteren voor Classic FM. Dit kan in verschillende niveaus. Klik hier voor meer informatie.