Classic FM
Playlist
Je hoort nu: Track
Componist: Componist
meer informatie

Luister ook naar de themastations van Classic FM

Septet tot Symphonie concertante

Septet

Compositie voor zeven vocale of instrumentale partijen. Instrumentale septetten werden o.a. geschreven door Beethoven (het beroemde Septet op. 20), Hummel, Saint-Saëns (het Septet op. 65 voor trompet, strijkers en piano) en Stravinsky (het Septet uit 1952).

Serenade

Letterlijk: avondmuziek. In de 18e eeuw een meerdelige compositie voor strijkers en/of blazers, die vaak 's avonds in de open lucht werd uitgevoerd, als eerbetoon, als muzikaal verjaardagscadeau of als ontspanningsmuziek. Serenade, Ständchen, aubade, nachtmuziek, notturno, divertimento, cassation en partita zijn allemaal namen voor ongeveer hetzelfde soort composities, waarvan er tegen het eind van de 18e eeuw vele werden geschreven.

In de romantiek (19e eeuw) verdween het oorspronkelijke karakter van de serenade, maar bleef de naam gehandhaafd voor bijvoorbeeld een lied, instrumentaal karakterstukje of een groter werk voor orkest. De beide Serenades van Brahms en de Serenades voor strijkorkest van Tsjaikovski, Dvořák en Elgar zijn daar voorbeelden van.

Sextet

Compositie voor zes vocale of instrumentale partijen. In de kamermuziek werden strijksextetten (meestal voor twee violen, twee altviolen en twee violoncelli) geschreven door Brahms (2), Dvořák en Tsjaikovski (Souvenir de Florence).

Sextetten voor diverse bezettingen zijn er o.a. van Beethoven (op. 71 voor blazers, op. 81b voor 2 hoorns met strijkkwartet), Mendelssohn (op. 110 voor piano met strijkers) en Martinú en Poulenc (beide voor piano met blazers).

Sinfonia

Compositievorm uit de 18e eeuw, eerst als inleiding tot een opera, cantate, etc., later ontwikkeld tot een zelfstandig en driedelig orkestwerk, dat weer zou leiden tot de klassieke en romantische symfonie (zie Symfonie). Zo schreef Johann Sebastian Bach sinfonia's als inleiding tot een aantal van zijn cantates, en componeerden zijn zonen Carl Philipp Emanuel en Johann Christian sinfonia's als zelfstandige orkestwerken.

Sinfonia Concertante

Zie Symphonie concertante.

Sinfonietta

Niet, wat je zou verwachten, een kleine sinfonia, maar een kleine symfonie. Minder grootschalig van opzet, beperkter van instrumentatie en lichter van inhoud. De uitzondering die de regel bevestigt is de Sinfonietta van Janáček, een vijfdelig werk met een grote orkestbezetting, waarin vooral de enorme kopersectie met onder andere 12 trompetten opvalt.

Singspiel

Letterlijk: zangspel (Duits). Oorspronkelijk een vorm van de opera in Duitsland, die licht van aard is, met eenvoudige, liedachtige aria's en met gesproken dialogen (geen recitatieven dus). Mozarts herdersopera Bastien et Bastienne en zijn Entführung aus dem Serail zijn er duidelijke voorbeelden van. Zijn Zauberflöte en Beethovens Fidelio zijn naar de vorm wel Singspiele, maar gaan door het 'gewicht' van hun muzikale en dramatische inhoud het oorspronkelijke karakter ver te buiten.

Sonate

Letterlijk: klankstuk (van 'sonare', is klinken). Een meerdelige compositie voor één of meerdere instrumenten. In de barok was de kamersonate (sonata da camera) verwant aan de suite vanwege de dansvormen die er in voorkwamen, en werd de kerksonate (sonata da chiesa) met z'n vier delen (langzaam – snel – langzaam – snel) de voorloper van de klassieke sonate bij Haydn, Mozart, etc. Een veel voorkomende bezetting in de barok was de triosonate: twee melodie-instrumenten (vaak twee violen) met begeleiding van klavecimbel en viola da gamba. Dat zijn dus vier instrumenten, maar de begeleiding, die basso contino heette, werd als één partij beschouwd; vandaar triosonate.

Vanaf de klassieke periode wordt de sonate de belangrijkste compositievorm van de instrumentale muziek. De drie- of vierdeligheid ervan en de structuur van het eerste deel, de zogenaamde hoofdvorm of sonatevorm, vind je terug in vrijwel alle symfonieën, concerten, strijkkwartetten en andere kamermuziek, die tot het einde van de romantiek (omstreeks 1900) werden gecomponeerd. Ook eendelige orkestwerken als ouvertures en symfonische gedichten kunnen in de hoofdvorm staan.

De hoofdvorm bestaat uit drie onderdelen: expositie, doorwerking en reprise. En hij heeft twee contrasterende thema's: het krachtige eerste of hoofdthema en het zangerige tweede of neventhema. In de expositie worden ze na elkaar getoond, in de doorwerking worden ze op een vrije manier verwerkt en in de reprise komen ze weer na elkaar terug. De toonsoorten waarin de thema's staan, spelen daarbij een belangrijke en voorgeschreven rol. De expositie en vervolgens de doorwerking met reprise moesten oorspronkelijk worden herhaald; tegenwoordig gebeurt het eerste meestal wel, het tweede vrijwel nooit.

Dat is de hoofdvorm op z'n eenvoudigst, maar in de meeste gevallen is hij verrijkt en uitgebreid. Bijvoorbeeld door een inleiding voor de expositie, een coda na de reprise, een overgangspassage tussen beide thema's, meer dan twee thema's in de expositie, nieuwe melodisch materiaal in de doorwerking; kortom, zó en op allerlei andere manieren is de hoofdvorm ontwikkeld tot de rijkste structuur van de instrumentale muziek uit de laatste eeuwen.

Sonatine

Kleine sonate, vaak met minder delen, korter van tijdsduur, lichter van aard en technisch gemakkelijker te spelen dan de (klassieke en romantische) sonate. Onder andere Diabelli, Clementi en Beethoven schreven sonatines voor piano en Schubert schreef er drie voor viool en piano. Ook de prachtige Sonatine van Ravel en die van Bartók, beide voor piano, zijn erg bekend.

Sopraan

Hoogste vrouwen- en jongensstem (zie Stemsoorten). Ook de hoogste, bovenste 'stem' of partij van een meerstemmige compositie, die vocaal of instrumentaal kan zijn. Ook het kleinste en hoogst klinkende instrument van een instrumentenfamilie, zoals sopraanblokfluit, -fluit en –saxofoon.

Stabat mater

In de rooms-katholieke eredienst een van de vijf middeleeuwse sequensen (liturgische gezangen) die officieel in de liturgie zijn opgenomen. De tekst, uit de 13e eeuw, gaat over de Moeder der Smarten die naast het Kruis staat, en is vele malen gecomponeerd. Onder anderen door Josquin des Prés, Palestrina, vader en zoon Scarlatti, Vivaldi, Haydn en Verdi.

Staccato

'Los van elkaar' te spelen; de opeenvolgende tonen kort, puntig, als het ware stotend spelen. Het tegenovergestelde is legato.

Stemsoorten

De menselijke zangstem wordt in zes soorten of typen onderverdeeld, waarmee het bereik en het timbre (de 'kleur' van de stem) worden aangegeven. Van hoog tot laag zijn dat sopraan (hoogste vrouwen- en jongensstem), mezzo-sopraan (lagere vrouwen- en jongensstem), alt (laagste vrouwen- en jongensstem), tenor (hoogste mannenstem), bariton (lagere mannenstem) en bas (laagste mannenstem). Binnen de stemsoorten zijn weer allerlei onderscheidingen aangebracht, zoals coloratuursopraan, heldentenor, etc.

Strijkkwartet

Zie Kwartet (zo ook voor de andere samenstellingen als strijkkwintet, -trio en –sextet).

Strijkorkest

Ensemble van zo'n 15 tot 20 strijkinstrumenten (violen, altviolen, violoncelli en contrabas), soms met klavecimbel, en vaak geleid door de eerste violist (concertmeester), die ook als solist op kan treden. Veel muziek uit de barok, de klassieke periode en de romantiek is voor strijkorkest gecomponeerd (zie ook Orkest).

Suite

Letterlijk: vervolg (Frans). Een reeks van dansen of andere stukken die samen een afgerond geheel vormen. Er zijn verschillende soorten van suites. De danssuite uit de barok; de suite uit de romantiek, die vaak programmatisch van aard is; en de suite die voor concertgebruik wordt samengesteld uit een aantal delen van een groot werk, zoals een ballet, een opera of toneelmuziek.

In de barok was de suite (ook wel ouverture, partita of ordre genoemd) een van de belangrijkste vormen van de instrumentale muziek. Ze bestaat uit een wisselend aantal dansen, maar heeft als regel vier 'vaste' dansen: allemande – courante – sarabande – gigue. Tussen de sarabande en de gigue werden meestal een of meer andere dansenvormen ingevoegd, zoals menuet, gavotte, bourrée, passepied en rigaudon.

Ook karakterstukken (geen dansvormen) als air, badinerie en réjouissance werden gebruikt. Als inleiding is er vaak een ouverture of preludium, terwijl soms als afsluiting een van de grote variatievormen (oorspronkelijk ook dansen) chaconne, passacaglia of folia werd gebruikt.

Symfonie

Drie- of vierdelig orkestwerk, ontstaan uit verschillende vormen uit de barok en tot zijn volmaakte vorm ontwikkeld in de klassieke periode. De klassieke symfonie is in feite een sonate voor orkest met een matig snel eerste deel dat in de hoofdvorm staat (zie Sonate), een langzaam tweede deel, een menuet als derde deel en een snelle finale, vaak in rondovorm.

Symfonieorkest

Groot tot zeer groot instrumentaal ensemble, dat dient voor de uitvoering van het klassieke en vooral het romantische symfonische repertoire. De bezetting van een symfonieorkest wisselt sterk, afhankelijk van de gespeelde muziek; voor een symfonie van Mahler zijn meer soorten instrumenten nodig, en in grotere aantallen, dan voor een symfonie van Mozart. Als regel loopt de bezetting van 35 à 40 tot 110 à 120 musici.

Symfonisch gedicht

Eendelig orkestwerk uit de romantiek (zie Programmamuziek).

Symphonie concertante

Ook: Sinfonia concertante. Een meestal driedelig werk voor twee of meer solo-instrumenten en orkest, dat het midden houdt tussen een symfonie en een concert. De symphonie concertante komt voort uit het Concerto grosso (zie Concerto grosso), beleeft zijn bloeitijd in de klassieke periode, eind 18e eeuw, en vindt navolging in het dubbel- en tripelconcert uit de romantiek. 

Om dit element te tonen dien je cookies te accepteren voor Classic FM. Dit kan in verschillende niveaus. Klik hier voor meer informatie.