Classic FM
Playlist
Je hoort nu: Track
Componist: Componist
meer informatie

Luister ook naar de themastations van Classic FM

Kamermuziek tot Kwintet

Kamermuziek

Muziek voor twee tot twaalf à vijftien solo-instrumenten. Bij minder dan twee spreekt men van solomuziek, bij meer dan ca. vijftien ontstaat een kamerorkest.

Kamermuziekcomposities worden genoemd naar hun bezetting, van twee tot negen instrumenten: duo, trio, kwartet, kwintet, sextet, septet, octet en nonet. Werken met grotere bezettingen hebben hun eigen naam, zoals bijvoorbeeld de Gran Partita van Mozart (de Serenade voor 12 blaasinstrumenten en contrabas in Bes, KV 361). De meest voorkomende kamermuziekbezettingen zijn (strijk)kwartet, kwintet, duo en trio. In de naam van het betreffende werk wordt meestal het belangrijkste instrument uit de bezetting aangegeven: bijvoorbeeld strijkkwartet, klarinetkwintet, pianotrio, etc.

Je kunt daar niet altijd duidelijk de bezetting uit aflezen: een strijkkwartet of strijkkwintet is voor vier resp. Vijf strijkinstrumenten geschreven, een klarinetkwintet echter niet voor vijf klarinetten (maar voor klarinet met vier strijkinstrumenten) en een pianotrio niet voor drie piano's (maar voor piano met twee andere instrumenten). Een saxofoonkwartet zal daarentegen wel voor vier saxofoons zijn geschreven.

Kamerorkest

Een orkest van blaas- en strijkinstrumenten in kleine bezetting, in de praktijk zo'n 15 tot 25 instrumenten. Uitgebreid met meerdere en andere instrumenten (bijvoorbeeld slagwerk), ontstaat het symfonieorkest. Een (kleine) bezetting van alleen strijkinstrumenten heet strijkorkest, van alleen blaasinstrumenten harmonieorkest of fanfare. (Zie Harmonieorkest, Fanfare en Orkest).

Klassiek

De term Klassiek dekt de meest uiteenlopende begrippen, zowel in algemene als in specifiek muzikale zin.

'Klassiek' in de algemene zin noemen we die (kunst)uitingen, uit welke periode dan ook, waarvan we nu menen dat ze een onvergankelijke waarde hebben, bijvoorbeeld omdat ze een ideaalbeeld van schoonheid vertegenwoordigen. Meer specifiek in de tijd: de beschaving van de oude Grieken.

'Klassiek' in muzikale zin wordt gebruikt als tijdsbepaling, als kwaliteitskenmerk en als vage aanduiding van een 'soort' muziek. Als tijdsbepaling slaat het op de muziek uit de klassieke periode, de tijd die ligt tussen de barok en de romantiek: ongeveer tussen 1750 (Bachs sterfjaar) en 1800. De muziek uit die korte periode wordt, in de werken van de grootste componisten uit die tijd, gekenmerkt door het ideale evenwicht van vorm en inhoud. Haydn, Mozart, en de jonge Beethoven (de zogenoemde eerste Weense school) zijn er de meesters van.

Als kwaliteitskenmerk heeft 'klassiek' betrekking op alle muziek die we nu een onvergankelijke waarde of een zeer grote betekenis toekennen, ongeacht het genre of de tijd van ontstaan. In die zin zijn zowel Bach als de Beatles klassiek.

Als aanduiding van een 'soort' muziek wordt de term in het spraakgebruik hoogst onduidelijk en aanvechtbaar gebruikt ter onderscheiding van alle 'serieuze', 'zware' of 'kunst'muziek, tegenover bijvoorbeeld pop, jazz, amusements- of populaire muziek. Een indeling waar je geen kant mee op kunt; veel in die zin 'klassieke' muziek is aanmerkelijk minder serieus, zwaar of kunstvol gemaakt dan veel zogenaamd 'lichte' muziek.

Klein, kleine terts

Afgekort: kl.t. Deze aanduiding achter de naam van een toon (bijv. c klein of c kl.t.), geeft aan dat het betreffende stuk in de toonsoort 'c klein' staat. (Zie Toon en Toonsoort voor verdere toelichting).

KV

Köchels Verzeichnis; de chronologisch geordende catalogus die de Oostenrijkse musicoloog Ludwig Ritter von Köchel maakte en in 1864 uitgaf van alle toen bekende composities van Mozart. Deze moest sindsdien verschillende malen worden herzien en uitgebreid, op grond van nieuwe ontdekkingen betreffende Mozarts werken, maar blijft een onmisbaar identificatiemiddel voor Mozarts meer dan 600 composities, waarvan er veel dezelfde naam en dezelfde toonsoort hebben. Als voorbeeld de 27 pianoconcerten, waarvan er al vijf in Bes gr.t. staan en de overige 22 verdeeld zijn over acht toonsoorten. Ook het werk van andere componisten, die er evenmin aan toe kwamen om hun composities zelf te nummeren of waarbij de opusnummering chaotisch is, werd door anderen gecatalogiseerd. De meest voorkomende aanduidingen zijn:

  • BWV Bach Werke Verzeichnis – J.S. Bach
  • D Deutsch – Schubert
  • G Gérard – Boccherini
  • G Grove – Liszt
  • H of Hob. Hoboken – J. Haydn
  • K Kirkpatrick – D. Scarlatti
  • L Longo (verouderd) – D. Scarlatti
  • P Pincherle (verouderd) – Vivaldi
  • R of RV Ryom(s Verzeichnis) – Vivaldi
  • W of Wq Wotquenne – C. Ph. E. Bach
  • WoO Werke ohne Opuszahl – Composities van Beethoven zonder opusnummer
  • Z Zimmermann - Purcell

Kwartet

Compositie voor vier vocale of instrumentale partijen. Ook: de vier uitvoerenden zelf. In de vocale muziek met name in de opera, wordt een kwartet begeleid. De meest voorkomende vocale kwartetbezetting is sopraan - alt - tenor - bas. Twee beroemde operakwartetten: uit Verdi's Rigoletto het kwartet 'Bella figlia dell'amore' en uit Beethovens Fidelio het kwartet 'Mir ist so wunderbahr'.

In de instrumentale muziek is het strijkkwartet, voor twee violen, altviool en violoncello, de meest voorkomende bezetting in de kamermuziek, waarvoor vrijwel alle belangrijke componisten vanaf Haydn prachtige muziek hebben geschreven. De grote meesters van het strijkkwartet zij Haydn (ruim 80), Mozart (23), Beethoven (16 en de Grosse Fuge), Schubert (zo'n 15), Brahms (3), Bartòk (6) en Sjostakowitsj (15).

Kwintet

Compositie voor vijf vocale of instrumentale partijen. Twee voorbeelden van een operakwintet: uit Wagners Die Meistersinger von Nürnberg het kwintet 'Selig, wie die Sonne' en uit Bizets Carmen het smokkelaarskwintet.

Het strijkkwintet bestaat óf uit strijkkwartet plus 2e altviool óf uit strijkkwartet plus 2e cello. Deze bezetting werd 'uitgevonden' door Boccherini, die er maar liefst 113 van componeerde. Maar het grootste werk in deze bezetting is Schuberts enige strijkkwintet.

Daarnaast komen het klarinetkwintet, het pianokwintet voor piano met strijkers of voor piano met blazers en het blaaskwintet voor fluit, hobo, klarinet, hoorn en fagot voor. Ook andere kwintetbezettingen zijn nu en dan gebruikt: zo bewerkte Boccherini een aantal van zijn kamermuziekwerken tot gitaarkwintetten (gitaar met strijkkwartet). 

Om dit element te tonen dien je cookies te accepteren voor Classic FM. Dit kan in verschillende niveaus. Klik hier voor meer informatie.